Beantwoording college d.d. 6 maart 2009 van vragen over boa's
6 maart 2009
BMO
23 februari 2009
Beantwoording van vragen over boa's
Geachte heer Wagenaar,
Conform art. 40 van het “Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad van Langedijk 2007” heeft uw fractie vragen gesteld over het aanbod van de Stichting Veldzorg Oosterdel inzake aanwijzing van bijzondere opsporingsambtenaren. Hieronder zullen wij de vragen beantwoorden, waarbij wij eerst uw vragen zullen herhalen.
Uw inleiding:
Volgens de informatie die onze fractie heeft bereikt, heeft de Stichting Veldzorg Oosterdel de mogelijkheid/contacten tot het opleiden van BOA’s en zou dit ook met de verantwoordelijke portefeuillehouder hebben gecommuniceerd. Stichting Veldzorg zou haar accommodatie en laptops om niet beschikbaar stellen en de gemeente zou de cursusgelden, het examengeld en de aanmelding hoeven te verzorgen.
Vraag 1: Klopt het dat de Stichting Veldzorg Oosterdel de gemeente heeft voorgesteld haar accommodatie en materialen om niet beschikbaar te stellen om BOA’s op te leiden voor het voornoemd gebied?
Antwoord 1. De Stichting Veldzorg Oosterdel heeft in augustus 2007 de gemeente benaderd met het verzoek om bijzondere opsporingsambtenaren aan te stellen en zij heeft daarbij het aanbod gedaan om daartoe vrijwilligers te leveren en op te leiden. Van een accommodatie was destijds nog geen sprake; Veldzorg beschikte daar immers toen nog niet over. In september 2008 heeft de vertegenwoordiger van de stichting in de klankbordgroep vaarbeleid ook nog gewezen op dat aanbod.
Vraag 2: Kan de portefeuillehouder aangeven op welk moment dit aanbod voor het eerst is gedaan?
Antwoord 2. Zoals aangegeven dateert het aanbod van augustus 2007.
Vraag 3: Nu het College blijkbaar vaart wil maken met het vaarbeleid zouden wij van de portefeuillehouder graag vernemen waarom hij de boot afhoudt ten aanzien van het aanbod van Stichting Veldzorg?
Antwoord 3. Met de portefeuillehouder heeft het college besloten om, vooruitlopend op de totstandkoming van een nota handhaving, geen afzonderlijke stappen te nemen of inzet te plegen ten aanzien van handhaving, ook niet ten aanzien van de handhaving van het gedrag op en aan het water. Bij de vaststelling van de concept-nota vaarbeleid is dat expliciet aangeduid.
Vraag 4: Klopt het dat toen het aanbod werd gedaan er sprake was van een actie om goedkoop aan lesmateriaal voor de BOA-opleiding te komen?
Antwoord 4. Het is niet bekend of er toen sprake was van een actie van goedkoop lesmateriaal.
Vraag 5: Indien de portefeuillehouder morgen zou besluiten om zo’n opleiding te starten, geldt het aanbod voor dat lesmateriaal dan nog steeds?
Antwoord 5. Wij hebben daarover recentelijk geen contact meer gehad met de Stichting Veldzorg of met het Ministerie van Justitie.
Vraag 6: U geeft aan in uw pas uitgebrachte “Vaarbeleid Langedijk” dat als gevolg van het door u ingezette beleid in 2001 om Langedijk doorvaarbaar te maken dit zal leiden tot meer vaarbewegingen en op kans op niet gewenst gedrag op het water. In een vorige raadsperiode zijn er bewoners van de Noorderplas in de raadszaal geweest en hebben daar hun zegje overgedaan. Op grond van de zienswijzen die wij in kopie hebben ontvangen van bewoners uit het woongebied Oosterdel op uw vaarbeleid is dat ongewenste gedrag alleen maar toegenomen en is de politiecontrole er alleen maar minder op geworden. Neemt u deze klachten van bewoners serieus of stuurt u ze met een kluitje in het riet, want ook met het opleiden van BOA’s lijkt u geen vaart te willen maken, terwijl er vanuit de bewoners uit het woongebied als de pachters uit het natuurgebied toch regelmatig op wordt aangedrongen?
Antwoord 6. Wij nemen de klachten die in het verleden zijn geuit serieus. Met de politie en het Openbaar Ministerie heeft overleg plaatsgevonden over de aanpak van de overlast. Concrete resultaten zijn samenwerking met bewoners en een afspraak tot het (uiteindelijk) in beslag nemen van boten bij meerdere overtredingen. Ook zijn publicaties gewijd aan het belang van regels op het water en het naleven er van. Ook nemen wij de zienswijzen, die nu worden ingediend ter gelegenheid van de nota vaarbeleid serieus.
Wij komen daarop terug ter gelegenheid van het voorstel over het vaarbeleid naar de raad.
Vraag 7: Staat u een andere oplossing voor ogen? Welke?
Antwoord 7. Wij willen niet vooruitlopen op de besluitvorming over de nota vaarbeleid en evenmin op de nota handhaving.
Vraag 8: Binnen de pachtersvereniging van het Oosterdel zijn voldoende geschikte mensen die zich hebben aangemeld om zo’n opleiding te volgen.
Is het College het met ons eens dat controle in het gebied het beste kan worden gedaan door mensen die het gebied niet alleen goed kennen, maar er ook bijna dagelijks vertoeven?
Antwoord 8. Om in aanmerking te kunnen komen voor een aanwijzing als bijzonder opsporingsambtenaar (boa) is niet voldoende dat men het gebied kent of daarin dagelijks vertoeft. Een boa moet gediplomeerd zijn en overigens over bekwaamheidseisen beschikken. Over de voor- en nadelen van plaatselijke bekendheid, mede in relatie tot de ook breed heersende opvatting om enige afstand met betrekking tot het werkveld te houden zal in de nota handhaving aandacht worden geschonken.
Vraag 9: Kunt u aangeven welke kosten met een dergelijke opleiding zijn gemoeid en wat kosten de daar op volgende jaren zijn om de BOA’s hun werk te kunnen laten doen, zodat deze kosten in de komende kadernota kunnen worden opgenomen?
Antwoord 9. Wij hebben geen inzicht in de kosten van opleiding en de verdere structurele kosten van inzet van boa’s. Bij de besluitvorming over de nota handhaving wordt duidelijk of er gewerkt gaat worden met de inzet van boa’s. De eventuele financiële gevolgen komen daarna aan de orde binnen de planning en controlcyclus.
Vraag 10: Bent u niet met ons van mening dat het beter is om via een initiatiefvoorstel deze kosten versneld beschikbaar te stellen, zodat de opleiding nog dit jaar kan worden gestart?
Antwoord 10. Het is uiteraard mogelijk om met een initiatiefvoorstel te komen. De financiële gevolgen daarvan zullen moeten worden meegenomen in de nadere besluitvorming over handhaving. Bij deze werkwijze bepaalt u in feite een handhavingsprioriteit zonder een afweging te maken met andere handhavingstaken. Wij herhalen dat dat niet onze voorkeur heeft.
Zie voorts ook het antwoord op vraag 9.
Wij zullen conform het gestelde in het Reglement van orde voor de raad, de overige leden van de raad in kennis stellen van de door u gestelde vragen en de door ons gegeven antwoorden.
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Langedijk,
De secretaris, De burgemeester,
E. Annaert drs. J.F.N Cornelisse
Dit bericht is het laatst bewerkt op 12-03-2009.